Lees alles over kijkgedrag, snelheid, verkeersinzicht, zelfstandigheid en de beoordeling.
Waar let een examinator op tijdens het rijexamen?
Het belangrijkste eerst: tijdens het praktijkexamen kijkt de examinator of je veilig, zelfstandig, vlot, sociaal en verantwoord aan het verkeer kunt deelnemen. Daarbij gaat het niet om één perfect uitgevoerde handeling of om foutloos rijden. De examinator kijkt naar het totaalbeeld van jouw rijgedrag: hoe je kijkt, verkeerssituaties beoordeelt, je snelheid kiest, ruimte houdt, beslissingen neemt en de auto beheerst.
Je praktijkexamen komt dichterbij.
En dan komt bijna vanzelf de vraag:
“Waar let een examinator eigenlijk precies op tijdens mijn rijexamen?”
Veel leerlingen denken dat een examinator vooral zit te wachten op fouten.
Een keer verkeerd schakelen.
Een bocht iets minder mooi nemen.
Niet helemaal recht parkeren.
Een keer te laat richting aangeven.
Maar zo moet je de beoordeling van een praktijkexamen niet zien.
De examinator wil uiteindelijk vooral antwoord krijgen op één belangrijke vraag:
Kun jij straks zonder rijinstructeur naast je zelfstandig, veilig en verantwoord aan het verkeer deelnemen?
In dit artikel leggen we uitgebreid uit waar een examinator op let tijdens het rijexamen, welke onderdelen belangrijk zijn en waarom de ene fout veel zwaarder kan wegen dan de andere.
Hoe beoordeelt een examinator jouw rijgedrag?
Een examinator beoordeelt je rijgedrag niet zomaar op gevoel.
Voor het gewenste rijgedrag bij rijbewijs B wordt gewerkt vanuit vaste uitgangspunten en beoordelingscriteria. Daarbij gaat het onder andere om veiligheid, zelfstandigheid, verkeersinzicht, kijkgedrag, snelheid, ruimtegebruik en voertuigbeheersing.
Tijdens het examen ontstaat daardoor een totaalbeeld.
De examinator kijkt bijvoorbeeld naar:
- veiligheid;
- zelfstandigheid;
- kijkgedrag;
- verkeersinzicht;
- snelheid;
- besluitvaardigheid;
- afstand;
- plaats op de weg;
- voertuigbeheersing;
- omgaan met andere weggebruikers;
- bijzondere verkeerssituaties;
- bijzondere verrichtingen;
- sociaal rijgedrag;
- milieubewust rijden.
Het gaat dus niet alleen om wat je doet, maar vooral om waarom, wanneer en hoe je iets doet.
Wil je eerst weten hoe de volledige examendag verloopt? Lees dan hoe werkt een praktijkexamen bij het CBR?
De examinator kijkt naar het totaalbeeld
Dit is misschien wel het belangrijkste om te begrijpen.
Een praktijkexamen is geen rekentoets waarbij ieder foutje automatisch één punt kost.
De examinator kijkt naar jouw rijgedrag als geheel.
Daarbij spelen bijvoorbeeld vragen mee als:
- kijk je voldoende vooruit?
- herken je verkeerssituaties op tijd?
- kies je een passende snelheid?
- houd je voldoende ruimte?
- neem je zelfstandig beslissingen?
- rijd je voldoende vlot wanneer dat veilig kan?
- verminder je tijdig snelheid wanneer de situatie daarom vraagt?
- houd je rekening met fietsers en voetgangers?
- beheers je de auto voldoende?
- herken je risico’s?
- los je onverwachte situaties veilig op?
Daarom kan een minder mooie handeling soms relatief weinig betekenen, terwijl een andere fout veel zwaarder kan wegen.
1. Veiligheid staat altijd centraal
Veiligheid loopt als een rode draad door het hele praktijkexamen.
Maar veilig rijden betekent niet:
zo langzaam mogelijk rijden.
En ook niet:
bij twijfel overal stoppen.
Veilig rijden betekent dat jouw rijgedrag past bij de situatie.
Op een overzichtelijke weg waar je veilig kunt doorrijden, hoort een zelfstandige bestuurder voldoende vlot te rijden.
Kom je vervolgens bij een onoverzichtelijk kruispunt, een groep kinderen, fietsers of een andere complexe situatie?
Dan kan precies dezelfde snelheid ineens te hoog zijn.
De examinator kijkt dus of jij begrijpt:
wat vraagt deze situatie op dit moment van mij?
2. Kijkgedrag: zie je wat er om je heen gebeurt?
Goed autorijden begint met informatie verzamelen.
Daarom is kijkgedrag een belangrijk onderdeel van de beoordeling.
De examinator kan bijvoorbeeld kijken naar:
- hoe ver je vooruit kijkt;
- of je spiegels functioneel gebruikt;
- of je zijwegen tijdig waarneemt;
- of je fietsers en voetgangers ziet;
- of je vóór een manoeuvre voldoende informatie verzamelt;
- of je nacontrole uitvoert wanneer dat nodig is;
- of je rekening houdt met beperkt zicht.
Alleen je hoofd bewegen is niet genoeg
Sommige leerlingen proberen tijdens het examen extra duidelijk te laten zien dat ze kijken.
Maar het gaat niet om een toneelstukje voor de examinator.
Het gaat erom dat je informatie verzamelt en daar vervolgens iets mee doet.
Je kunt bijvoorbeeld netjes in je spiegel kijken voordat je van rijstrook wisselt.
Maar wanneer je niet hebt waargenomen dat er iemand naast je rijdt en toch opschuift, heeft die spiegelcontrole weinig waarde gehad.
Functioneel kijken betekent: informatie verzamelen die je nodig hebt voor je volgende beslissing.
3. Ver vooruit kijken geeft je tijd
Een bestuurder die ver vooruit kijkt, heeft meer tijd.
Stel dat je richting een rotonde rijdt.
Wanneer je pas vlak voor de rotonde merkt dat het verkeer stilstaat, moet je plotseling reageren.
Zie je dezelfde situatie eerder?
Dan kun je rustig:
- gas loslaten;
- je spiegels gebruiken;
- de situatie beoordelen;
- snelheid verminderen;
- bepalen wat je gaat doen.
Veel fouten die tijdens een examen zichtbaar worden, beginnen daarom eigenlijk enkele seconden eerder.
Bijvoorbeeld:
te laat kijken → situatie te laat herkennen → snelheid te laat aanpassen → te laat beslissen → onrustig handelen.
De fout zit dan niet alleen in die laatste handeling.
De oorzaak begon eerder.
4. Verkeersinzicht: begrijp je wat er kan gebeuren?
Verkeersinzicht gaat verder dan alleen verkeersregels kennen.
Je moet verkeerssituaties leren lezen.
Stel dat je een geparkeerde bestelbus ziet.
Er gebeurt op dat moment misschien helemaal niets.
Maar een bestuurder met verkeersinzicht houdt rekening met mogelijkheden:
- kan er iemand achter vandaan komen?
- kan een portier opengaan?
- zit er een fietser achter?
- kan een tegenligger om de bestelbus heen komen?
- heb ik voldoende ruimte?
- is mijn huidige snelheid nog verstandig?
Je hoeft natuurlijk niet bij ieder mogelijk risico direct hard te remmen.
Je moet wel herkennen dat een situatie kan veranderen en voldoende tijd en ruimte overhouden om daarop te reageren.
5. De juiste snelheid kiezen
Een veelvoorkomend misverstand is:
“Als ik tijdens mijn examen maar rustig genoeg rijd, zit ik altijd goed.”
Dat klopt niet.
De examinator kijkt of jouw snelheid past bij de verkeerssituatie.
Dat betekent dat je soms snelheid moet verminderen.
Bijvoorbeeld bij:
- beperkt zicht;
- drukke kruispunten;
- fietsers;
- voetgangers;
- kinderen;
- smalle straten;
- geparkeerde voertuigen;
- slechte weersomstandigheden;
- ingewikkelde verkeerssituaties.
Maar het betekent óók dat je moet durven doorrijden wanneer dat veilig kan.
Vlot rijden hoort ook bij zelfstandig rijden
Is een situatie veilig en overzichtelijk?
Dan moet je niet zonder reden blijven twijfelen of onnodig langzaam rijden.
Dat kan andere weggebruikers hinderen en kan laten zien dat je een situatie nog onvoldoende zelfstandig beoordeelt.
Examenrijp rijden is daarom de juiste balans tussen snelheid en besluitvaardigheid.
Vlot en besluitvaardig doorrijden waar dat veilig kan.
Tijdig snelheid aanpassen wanneer de verkeerssituatie daarom vraagt.
6. Besluitvaardigheid: durf je zelf te kiezen?
Tijdens je rijlessen kan je instructeur je nog helpen.
Bijvoorbeeld:
“Je kunt gaan.”
“Let op die fietser.”
“Gas los.”
“Kijk eens verder vooruit.”
Tijdens het praktijkexamen moet jij die beslissingen zelf kunnen nemen.
Je bepaalt zelfstandig:
- wanneer je kunt doorrijden;
- wanneer je moet wachten;
- welke snelheid passend is;
- hoeveel ruimte je nodig hebt;
- wanneer je kunt invoegen;
- wanneer je een kruispunt kunt oversteken;
- wanneer je moet afremmen.
Te lang twijfelen kan ook een probleem worden
Iedere bestuurder twijfelt weleens.
Maar wanneer je bij vrijwel iedere situatie blijft wachten terwijl je veilig had kunnen rijden, laat dat mogelijk zien dat je nog onvoldoende zelfstandig beslissingen neemt.
Besluitvaardigheid betekent overigens niet:
zo snel mogelijk beslissen.
Het betekent:
op tijd een goede beslissing nemen en die vervolgens veilig uitvoeren.
Meer hierover lees je bij wanneer ben je klaar voor het praktijkexamen?
7. Plaats op de weg
Ook je positie op de weg speelt mee.
Daarbij kun je denken aan:
- voldoende rechts rijden waar dat hoort;
- de juiste rijstrook kiezen;
- tijdig voorsorteren;
- voldoende ruimte naast geparkeerde voertuigen houden;
- bochten veilig rijden;
- ruimte geven aan fietsers;
- je positie aanpassen aan veranderende omstandigheden.
Je positie op de weg moet logisch voortkomen uit wat er om je heen gebeurt.
Staat er bijvoorbeeld een rij geparkeerde auto’s?
Dan kan meer zijdelingse afstand verstandig zijn.
Komt er vervolgens een tegenligger?
Dan verandert de situatie en moet je opnieuw beoordelen hoeveel ruimte beschikbaar is.
8. Afstand en ruimte houden
Ruimte geeft je tijd om te reageren.
Daarom kijkt de examinator ook hoe jij met afstand omgaat.
Dat gaat niet alleen over volgafstand.
Ook zijdelingse afstand kan belangrijk zijn.
Denk aan afstand tot:
- fietsers;
- geparkeerde auto’s;
- voetgangers;
- obstakels;
- tegenliggers.
Wie voortdurend te weinig ruimte houdt, maakt zichzelf afhankelijk van het gedrag van anderen.
Wie voldoende ruimte bewaart, houdt mogelijkheden over om veilig te reageren.
9. Fietsers en voetgangers
Tijdens een praktijkexamen in Alkmaar of tijdens je rijlessen in Heerhugowaard en Alkmaar kom je veel fietsers en voetgangers tegen.
Daarom is alleen weten wie voorrang heeft niet voldoende.
Je moet ook rekening houden met wat kwetsbare verkeersdeelnemers kunnen doen.
Een fietser kan bijvoorbeeld:
- onverwacht uitwijken;
- slecht of niet richting aangeven;
- naast een andere fietser gaan rijden;
- achter een voertuig verdwijnen;
- plotseling afslaan.
Een voetganger kan onverwacht oversteken.
Goed rijgedrag betekent daarom niet alleen:
“Ik heb voorrang.”
Maar vooral:
“Ik zie wat hier gebeurt en zorg dat de situatie veilig blijft.”
10. Voorrang kennen én toepassen
Je moet de verkeersregels natuurlijk kennen.
Maar tijdens het praktijkexamen wordt zichtbaar of je ze ook goed kunt toepassen.
Je kunt theoretisch precies weten wie voorrang heeft en een situatie toch verkeerd uitvoeren.
Bijvoorbeeld doordat je:
- te snel nadert;
- onvoldoende kijkt;
- verkeer te laat waarneemt;
- te lang twijfelt;
- onnodig stopt;
- je beslissing onduidelijk uitvoert.
Daarom komen theorie en praktijk tijdens je rijexamen bij elkaar.
11. Invoegen en uitvoegen
Invoegen is een mooi voorbeeld van een verkeerssituatie waarin verschillende vaardigheden tegelijk samenkomen.
Je moet:
- kijken;
- snelheid kiezen;
- afstand beoordelen;
- ruimte herkennen;
- beslissen;
- communiceren;
- de auto beheersen.
Een veelvoorkomend probleem is dat leerlingen alleen denken:
“Ik moet hier invoegen.”
Terwijl de betere vraag is:
“Waar ligt mijn veilige ruimte en hoe zorg ik dat ik daar kom?”
Daarvoor moet je het verkeer observeren en je snelheid daarop aanpassen.
Te langzaam rijden op de invoegstrook kan het juist moeilijker maken om veilig tussen het verkeer te komen.
12. Voertuigbeheersing
De examinator kijkt natuurlijk ook of je de auto beheerst.
Bij een schakelauto gaat het bijvoorbeeld om:
- sturen;
- schakelen;
- koppeling bedienen;
- remmen;
- gas geven;
- wegrijden;
- stoppen.
Bij een automaat vervalt het schakelen en koppelen, maar ook daar moet de bediening voldoende geautomatiseerd zijn.
De bediening mag je verkeersdeelname niet in de weg zitten
Dit is het belangrijkste.
Wanneer je zoveel aandacht nodig hebt voor schakelen, sturen of koppelen dat je daardoor verkeersinformatie mist, is de voertuigbediening nog niet voldoende geautomatiseerd.
Uiteindelijk moet de auto een hulpmiddel zijn waarmee jij verkeerssituaties oplost.
Niet iets dat voortdurend bijna al je aandacht opeist.
13. Bijzondere verrichtingen
Tijdens het praktijkexamen kunnen bijzondere verrichtingen aan bod komen.
Daarbij gaat het niet alleen om de vraag of de auto uiteindelijk perfect staat.
De examinator kijkt vooral of je:
- veilig handelt;
- goed blijft kijken;
- rekening houdt met ander verkeer;
- controle over de auto houdt;
- de verrichting zelfstandig uitvoert.
Een bijzondere verrichting is dus geen ingestudeerd kunstje waarbij iedere centimeter exact hetzelfde moet zijn.
Veiligheid, controle en zelfstandigheid zijn belangrijk.
Heb je tijdens een tussentijdse toets een geldige vrijstelling voor de bijzondere verrichtingen behaald? Lees dan wat is een tussentijdse toets en wat heb je eraan?
14. Sociaal rijgedrag
Autorijden doe je samen met anderen.
Daarom kijkt een examinator ook naar sociaal rijgedrag.
Bijvoorbeeld:
- geef je anderen voldoende ruimte?
- rijd je voorspelbaar?
- hinder je andere weggebruikers niet onnodig?
- houd je rekening met kwetsbare verkeersdeelnemers?
- blijf je rustig wanneer iemand anders een fout maakt?
Voorrang hebben betekent niet dat je blind kunt doorrijden
Je kunt volgens de verkeersregels voorrang hebben en tóch moeten reageren wanneer een ander een fout maakt.
Veiligheid gaat uiteindelijk vóór het bewijzen dat jij gelijk had.
15. Zelfstandig rijden
Zelfstandigheid is een belangrijk onderdeel van examenniveau.
Richting het examen moet je instructeur steeds minder hoeven helpen.
Uiteindelijk moet jij zelf:
- informatie verzamelen;
- verkeerssituaties beoordelen;
- snelheid kiezen;
- positie bepalen;
- risico’s herkennen;
- beslissingen nemen;
- handelen;
- eventuele fouten veilig herstellen.
Daarom kijken wij bij Rijschool Butterhuizen niet alleen naar hoeveel rijlessen iemand heeft gevolgd.
Veel belangrijker is:
hoe zelfstandig rijdt de leerling inmiddels?
Lees hierover meer bij wanneer ben je klaar voor het praktijkexamen?
16. Mag je fouten maken tijdens je rijexamen?
Ja.
Je hoeft tijdens het praktijkexamen niet foutloos te rijden.
Een examinator kijkt naar de fout in de context van de hele verkeerssituatie.
Daarbij is bijvoorbeeld belangrijk:
- wat ging er fout?
- hoe ernstig was de fout?
- ontstond er gevaar?
- zag je zelf wat er gebeurde?
- herstelde je de situatie veilig?
- was het een eenmalig moment?
- kwam hetzelfde probleem vaker terug?
Daarom kun je niet simpelweg zeggen:
“Drie foutjes betekent zakken.”
Zo werkt een praktijkexamen niet.
Lees ook wat zijn de meest gemaakte fouten tijdens het rijexamen?
17. Niet iedere fout weegt even zwaar
Stel:
Je schakelt één keer wat minder soepel.
De auto blijft onder controle, niemand wordt gehinderd en je rijdt veilig verder.
Dat is iets anders dan een fietser niet waarnemen waardoor een gevaarlijke situatie ontstaat.
Daarom is alleen het aantal fouten geen goede manier om een praktijkexamen te begrijpen.
De aard van de fout, de situatie en de mogelijke gevolgen zijn belangrijk.
18. Wat als de examinator ingrijpt?
Een examinator kan tijdens een rit ingrijpen wanneer dat nodig is.
Dat kan bijvoorbeeld mondeling of door fysiek in te grijpen.
Een ingreep om een onveilige situatie te voorkomen is uiteraard een belangrijk moment in de beoordeling.
Maar ga tijdens het examen niet zelf bepalen:
“Nu ben ik gezakt.”
Blijf rijden.
Richt je aandacht weer op:
- wat gebeurt er nu?
- waar moet ik kijken?
- welke ruimte heb ik?
- wat wordt mijn volgende veilige beslissing?
De examinator bepaalt na afloop de uitslag.
Jouw taak tijdens de rit is autorijden.
19. De examinator verwacht geen perfecte chauffeur
Je doet praktijkexamen als beginnend bestuurder.
Niemand verwacht dat je dezelfde ervaring hebt als iemand die al twintig jaar rijdt.
Wat je wel moet laten zien, is dat je voldoende basis hebt om na het behalen van je rijbewijs zelfstandig verder ervaring op te bouwen.
Perfectie is dus niet het doel.
Veilige, zelfstandige en verantwoorde verkeersdeelname wel.
20. Probeer niet voor de examinator te rijden
Dit is een belangrijke tip.
Sommige leerlingen gaan tijdens hun examen ineens anders rijden.
Ze denken:
“Zag hij wel dat ik in mijn spiegel keek?”
“Vindt hij dit te hard?”
“Moet ik hier voor de zekerheid remmen?”
“Was dat fout?”
Op dat moment verschuift je aandacht van het verkeer naar de examinator.
En dat wil je juist niet.
De examinator wil zien hoe jij met het verkeer omgaat.
Dus richt je aandacht op:
vóór je, naast je en achter je.
Niet op degene die naast je zit.
21. Wat als je een aanwijzing verkeerd begrijpt?
Begrijp je een routeaanwijzing niet?
Vraag gerust om verduidelijking.
Een aanwijzing verkeerd begrijpen of een afslag missen is iets anders dan een onveilige manoeuvre uitvoeren.
Neem dus nooit op het laatste moment een onveilige beslissing omdat je denkt dat je per se een bepaalde afslag moet nemen.
Veilig doorrijden is dan de betere keuze.
22. Waar letten wij bij Rijschool Butterhuizen op richting het examen?
Bij Rijschool Butterhuizen proberen we leerlingen niet alleen handelingen aan te leren.
Je moet uiteindelijk begrijpen waarom je iets doet.
Richting het examen kijken we daarom onder andere naar:
- zelfstandigheid;
- kijkgedrag;
- verkeersinzicht;
- snelheid;
- besluitvaardigheid;
- voertuigbeheersing;
- ruimtegebruik;
- anticiperen;
- omgaan met onverwachte situaties;
- herkennen en herstellen van eigen fouten.
Daarbij vinden we vooral de balans tussen snelheid en besluitvaardigheid belangrijk.
Je moet zelf durven kiezen om vlot en besluitvaardig door te rijden wanneer dat veilig kan.
Maar je moet ook zelfstandig herkennen wanneer een verkeerssituatie vraagt om eerder snelheid te verminderen, extra te kijken of meer ruimte te creëren.
Dat is zelfstandig autorijden.
23. Praktijkvoorbeeld: een rotonde in Alkmaar
Stel dat je tijdens je praktijkexamen in Alkmaar richting een drukke rotonde rijdt.
De examinator kijkt dan niet alleen:
“Heeft de kandidaat correct voorrang verleend?”
Er gebeurt veel meer.
Je moet:
- de rotonde tijdig herkennen;
- vooruitkijken;
- relevante verkeersdeelnemers waarnemen;
- je snelheid aanpassen;
- fietsers en ander verkeer beoordelen;
- bepalen of je kunt doorrijden;
- op tijd een beslissing nemen;
- de auto goed positioneren;
- veilig de rotonde oprijden;
- tijdens de hele manoeuvre blijven kijken.
Dat hele proces samen zegt veel meer over je rijvaardigheid dan alleen de vraag:
“Wie heeft hier voorrang?”
24. Wat wil een examinator uiteindelijk zien?
Uiteindelijk komt een groot deel van het praktijkexamen hierop neer:
kun jij zelfstandig veilige en verantwoorde beslissingen nemen terwijl je aan het verkeer deelneemt?
Daarvoor moet je de auto beheersen.
Maar je moet vooral het verkeer begrijpen.
Je moet situaties op tijd zien, de juiste informatie verzamelen, bepalen wat de situatie van je vraagt en vervolgens op tijd handelen.
En zodra die verkeerssituatie voorbij is?
Dan begint de volgende.
Praktijktip van onze rijinstructeurs
Probeer vlak voor je praktijkexamen niet ineens anders te gaan rijden omdat er een examinator naast je zit.
Rijd zoals je hebt geleerd.
Zie je ruimte en kun je veilig doorrijden?
Rijd dan.
Vraagt een situatie om voorzichtigheid?
Pas dan tijdig je snelheid en ruimte aan.
Maak je een fout?
Herken hem, los hem veilig op en ga verder.
Blijf vooral bezig met wat er nu en straks in het verkeer gebeurt.
Niet met wat er vijf minuten geleden gebeurde.
En al helemaal niet met de gedachte:
“Ben ik nu gezakt?”
Dat bepaalt de examinator na afloop.
Veelgestelde vragen over waar een examinator op let
Waar let een examinator het meest op tijdens het rijexamen?
De examinator kijkt naar je totale rijgedrag. Belangrijke onderdelen zijn veiligheid, zelfstandigheid, kijkgedrag, verkeersinzicht, snelheid, besluitvaardigheid, afstand, plaats op de weg, voertuigbeheersing en de manier waarop je met andere weggebruikers omgaat.
Moet je foutloos rijden om te slagen?
Nee. Een praktijkexamen hoeft niet foutloos te verlopen. De ernst en betekenis van een fout en het totale rijgedrag zijn belangrijker dan simpelweg het aantal kleine foutjes tellen.
Kun je door één fout zakken?
Dat hangt af van de aard en ernst van de situatie. Een kleine onvolkomenheid is iets anders dan rijgedrag waardoor een gevaarlijke situatie ontstaat. De examinator beoordeelt de gehele rit.
Let een examinator op schakelen?
Ja. Voertuigbeheersing hoort bij je rijvaardigheid. Belangrijk is vooral dat je de auto voldoende beheerst en dat de bediening van de auto je aandacht voor het verkeer niet in de weg zit.
Let de examinator op je snelheid?
Ja. Daarbij gaat het niet alleen om de maximumsnelheid. Je snelheid moet passen bij de verkeerssituatie. Je moet voldoende vlot rijden waar dat veilig kan en tijdig snelheid verminderen wanneer omstandigheden daarom vragen.
Kun je zakken omdat je te langzaam rijdt?
Onnodig langzaam rijden kan onderdeel zijn van onvoldoende besluitvaardig of onvoldoende aangepast rijgedrag. Langzamer rijden is juist noodzakelijk wanneer zicht, drukte, kwetsbare verkeersdeelnemers of andere omstandigheden daarom vragen. Het draait dus om een snelheid die bij de situatie past.
Kijkt de examinator naar hoe vaak je in de spiegels kijkt?
Het gaat vooral om functioneel kijkgedrag. Je moet relevante informatie verzamelen op momenten waarop je die informatie nodig hebt en die vervolgens gebruiken bij je beslissingen.
Wat als je tijdens je examen verkeerd rijdt?
Een verkeerde afslag betekent niet automatisch dat je zakt. Kies liever veilig de verkeerde richting dan dat je op het laatste moment een onveilige manoeuvre uitvoert.
Wat als je tijdens het examen de motor laat afslaan?
Alleen het afslaan van de motor hoeft niet automatisch te betekenen dat je zakt. Belangrijk is wat er in de situatie gebeurt, of je de auto veilig onder controle houdt en hoe je daarna verdergaat.
Wat als de examinator moet ingrijpen?
Een ingreep is een belangrijk moment, zeker wanneer deze nodig is om een gevaarlijke situatie te voorkomen. Blijf daarna echter gewoon veilig verder rijden. De examinator beoordeelt na afloop de volledige rit.
Conclusie: waar let een examinator op tijdens het rijexamen?
Een examinator kijkt tijdens het praktijkexamen niet alleen naar losse handelingen en zit niet simpelweg foutjes te tellen.
De examinator wil uiteindelijk beoordelen of jij zelfstandig, veilig en verantwoord aan het verkeer kunt deelnemen.
Daarvoor wordt onder andere gekeken naar:
- kijkgedrag;
- verkeersinzicht;
- snelheid;
- besluitvaardigheid;
- afstand en ruimte;
- plaats op de weg;
- voertuigbeheersing;
- omgang met andere weggebruikers;
- zelfstandigheid;
- de manier waarop je verkeerssituaties oplost.
Je hoeft daarvoor niet perfect te rijden.
Wat vooral belangrijk is, is dat je laat zien dat je zelf kunt kijken, beoordelen, beslissen en handelen.
Bij Rijschool Butterhuizen kijken we tijdens je opleiding daarom niet alleen of je een bepaalde handeling technisch kunt uitvoeren.
We willen zien dat je begrijpt wat er in het verkeer gebeurt en zelfstandig de juiste keuzes kunt maken.
Vlot en besluitvaardig rijden waar het veilig kan.
Tijdig aanpassen wanneer de situatie daarom vraagt.
En na een fout je aandacht weer richten op de volgende verkeerssituatie.
Dat is uiteindelijk het rijgedrag waarmee je laat zien dat je klaar bent om zelfstandig de weg op te gaan.
Lees ook
- Hoe werkt een praktijkexamen bij het CBR?
- Wanneer ben je klaar voor het praktijkexamen?
- Wat zijn de meest gemaakte fouten tijdens het rijexamen?
- Wat is een tussentijdse toets en wat heb je eraan?
- Wat moet je meenemen naar je praktijkexamen?
- Gezakt voor je rijexamen? Dit gebeurt er daarna
SEO-INSTELLINGEN
SEO-titel / meta title
Waar let een examinator op tijdens het rijexamen? | Butterhuizen
Meta description
Waar let een examinator op tijdens je rijexamen? Lees alles over kijkgedrag, snelheid, verkeersinzicht, zelfstandigheid en de beoordeling.
Focus keyphrase
waar let een examinator op tijdens het rijexamen
Secundaire zoekwoorden
- waar let examinator op rijexamen
- beoordeling praktijkexamen
- CBR examinator
- waarop word je beoordeeld rijexamen
- waar kijkt examinator naar
- praktijkexamen beoordeling
- fouten tijdens rijexamen
- rijexamen CBR
- zelfstandig rijden rijexamen
- kijkgedrag rijexamen
- verkeersinzicht rijexamen
- snelheid tijdens rijexamen
- besluitvaardigheid rijexamen
- waarop kun je zakken rijexamen
Long-tail zoekvragen
- Waar let een CBR-examinator op tijdens het praktijkexamen?
- Waar word je op beoordeeld tijdens je rijexamen?
- Hoe beoordeelt een examinator een praktijkexamen?
- Moet je foutloos rijden tijdens je rijexamen?
- Welke fouten mag je maken tijdens je rijexamen?
- Kun je zakken door te langzaam rijden?
- Hoe belangrijk is kijkgedrag tijdens het rijexamen?
- Let een examinator op schakelen?
- Wat gebeurt er als een examinator ingrijpt?
- Hoe zelfstandig moet je rijden tijdens het praktijkexamen?
Aanbevolen URL / slug
/kenniscentrum/waar-let-examinator-op-rijexamen/
Categorie
CBR, toetsen & examens
Aanbevolen samenvatting op categoriepagina
Waar let een examinator op tijdens het rijexamen? Lees hoe kijkgedrag, verkeersinzicht, snelheid, zelfstandigheid en besluitvaardigheid worden beoordeeld.
Geschatte leestijd
16–19 minuten
HOOFDAFBEELDING
Gewenste foto
Een realistische foto vanuit de auto tijdens een praktijkexamen. De leerling zit achter het stuur en kijkt geconcentreerd naar het verkeer. Rechts zit een professionele examinator met een tablet of beoordelingsmiddel. Buiten is een herkenbare Nederlandse verkeerssituatie zichtbaar, bij voorkeur passend bij Alkmaar/Heerhugowaard. Geen overdreven gespannen gezichten, geen tekst in de afbeelding en geen illustratie of AI-achtige infographic. Het moet eruitzien als een echte Nederlandse praktijksituatie.
Bestandsnaam
waar-let-examinator-op-tijdens-rijexamen.jpg
Afbeeldingstitel
Waar let een examinator op tijdens het rijexamen?
Alt-tekst
Examinator beoordeelt leerling tijdens praktijkexamen auto
Beschrijving afbeelding
Leerling rijdt tijdens een praktijkexamen terwijl de examinator het rijgedrag beoordeelt. De examinator let onder andere op veiligheid, zelfstandigheid, kijkgedrag, verkeersinzicht, snelheid en besluitvaardigheid.
Bijschrift
Tijdens het praktijkexamen kijkt de examinator naar het totaalbeeld van je rijgedrag.
EVENTUELE TWEEDE AFBEELDING IN HET ARTIKEL
Plaatsing: bij het onderdeel over kijkgedrag en verkeersinzicht.
Gewenste foto
Realistische foto vanuit de achterbank waarbij een leerling een drukke Nederlandse verkeerssituatie nadert, bijvoorbeeld een rotonde met fietsers. De leerling kijkt duidelijk vooruit en verzamelt informatie. Geen pijlen, tekst of grafische elementen.
Bestandsnaam
kijkgedrag-verkeersinzicht-praktijkexamen.jpg
Titel
Kijkgedrag en verkeersinzicht tijdens het praktijkexamen
Alt-tekst
Leerling kijkt vooruit naar rotonde tijdens praktijkexamen
Beschrijving
Praktijksituatie waarin een leerling vooruitkijkt en rekening houdt met een rotonde, fietsers en ander verkeer. Goed kijkgedrag helpt om verkeerssituaties eerder te herkennen en tijdig snelheid en positie aan te passen.
EVENTUELE DERDE AFBEELDING
Plaatsing: bij snelheid en besluitvaardigheid.
Gewenste foto
Echte Nederlandse verkeerssituatie vanuit de lesauto. Een leerling rijdt op een overzichtelijke doorgaande weg met fietsers of zijwegen in beeld. Het beeld moet duidelijk maken dat snelheid moet worden afgestemd op de verkeerssituatie, zonder snelheidsmeters, pijlen of tekst in de foto.
Bestandsnaam
snelheid-besluitvaardigheid-rijexamen.jpg
Titel
Snelheid en besluitvaardigheid tijdens het rijexamen
Alt-tekst
Leerling kiest passende snelheid tijdens praktijkexamen
Beschrijving
Leerling rijdt zelfstandig door een Nederlandse verkeerssituatie en past snelheid en rijgedrag aan de omstandigheden aan. Tijdens het praktijkexamen kijkt de examinator of een kandidaat vlot rijdt waar dat kan en tijdig snelheid vermindert wanneer dat nodig is.