Skip to content
Wat zijn de meest gemaakte fouten tijdens het rijexamen?
22 min. leestijd Laatst bijgewerkt: 01-09-2026

Ontdek waar het vaak misgaat en hoe je verkeerssituaties beter leert herkennen en oplossen.

Wat zijn de meest gemaakte fouten tijdens het rijexamen?

Kort antwoord: veelgemaakte fouten tijdens het rijexamen ontstaan doordat leerlingen te laat kijken, verkeerssituaties te laat herkennen, hun snelheid te laat aanpassen, te voorzichtig rijden of te lang twijfelen. Eén fout betekent niet automatisch dat je zakt. De examinator kijkt naar het totaalbeeld: kun je zelfstandig, veilig en verantwoord aan het verkeer deelnemen?

Je praktijkexamen komt dichterbij en waarschijnlijk vraag je je af:

“Waar zakken leerlingen eigenlijk het vaakst op tijdens het rijexamen?”

Veel leerlingen denken dat één klein foutje meteen betekent dat het examen voorbij is.

Zo moet je eigenlijk niet naar een praktijkexamen kijken.

Tijdens het praktijkexamen bij het CBR wordt naar je totale rijgedrag gekeken.

Kun je zelfstandig en veilig rijden?

Zie je verkeerssituaties op tijd aankomen?

Maak je goede beslissingen?

Houd je voldoende rekening met andere weggebruikers?

En kun je een situatie die niet helemaal goed gaat veilig oplossen?

Bij Rijschool Butterhuizen zien we in de praktijk dat fouten tijdens het examen vaak niet op zichzelf staan.

Een fout bij een kruispunt kan bijvoorbeeld ontstaan doordat je te laat hebt gekeken.

En te laat kijken komt weer regelmatig doordat je onvoldoende bewust vooruit hebt gekeken.

De zichtbare fout is dan misschien:

te laat remmen.

Maar de oorzaak kan eerder zijn ontstaan:

te laat kijken → te laat herkennen → te laat beslissen → te laat handelen.

Daarom is het belangrijker om te begrijpen waarom een fout ontstaat dan alleen een lijstje met examenfouten uit je hoofd te leren.

De 12 meest gemaakte fouten tijdens het rijexamen

1. Niet ver genoeg vooruitkijken

Dit is wat ons betreft een van de belangrijkste oorzaken van problemen tijdens het autorijden.

Beginnende bestuurders hebben vaak de neiging om relatief dicht voor de auto te kijken.

Daardoor zie je een verkeerssituatie pas wanneer je er al bijna bent.

Je ziet bijvoorbeeld te laat:

  • dat er een rotonde aankomt;
  • dat het verkeerslicht verderop rood wordt of al rood staat;
  • dat het verkeer begint af te remmen;
  • dat er een fietser richting een oversteekplaats rijdt;
  • dat een rijstrook ophoudt;
  • dat verderop een ingewikkeldere verkeerssituatie ontstaat.

Wanneer je iets te laat ziet, heb je automatisch minder tijd om na te denken.

Je moet sneller beslissen en handelen.

En juist daardoor kunnen fouten ontstaan.

Goed ver vooruit kijken tijdens het autorijden geeft je tijd om een situatie eerder te herkennen, vooruit te denken, een plan te maken en vervolgens rustiger te handelen.

Een handige gedachte is:

hoe eerder je informatie krijgt, hoe meer tijd je hebt om er iets goeds mee te doen.

2. Wel kijken, maar niet bewust waarnemen

Tijdens een rijexamen draait goed kijken niet om zoveel mogelijk met je hoofd bewegen.

Je kunt keurig in je spiegels kijken en toch belangrijke informatie missen.

Het gaat erom dat je daadwerkelijk waarneemt wat er om je heen gebeurt en daar vervolgens iets mee doet.

Stel dat je in je binnenspiegel kijkt voordat je snelheid vermindert.

Zie je dan ook dat er iemand heel dicht achter je rijdt?

En neem je die informatie mee in de manier waarop je snelheid vermindert?

Of voer je alleen een aangeleerde kijkhandeling uit?

Goed kijkgedrag heeft altijd een functie.

In hoe verbeter je je kijktechniek tijdens het autorijden? leggen we uitgebreider uit hoe kijken, waarnemen en beslissen met elkaar verbonden zijn.

Het gaat dus niet om:

“Heb ik gekeken?”

maar vooral om:

“Wat heb ik gezien en wat betekent dat voor mijn plan?”

3. Te laat snelheid aanpassen

Dit hangt vaak direct samen met onvoldoende vooruitkijken.

Wanneer je een situatie laat ziet, pas je meestal ook laat je snelheid aan.

Je komt dan bijvoorbeeld te snel aan bij:

  • een kruispunt;
  • een rotonde;
  • een voetgangersoversteekplaats;
  • een onoverzichtelijke situatie;
  • een fietser;
  • stilstaand of afremmend verkeer.

Daardoor moet je harder remmen of heb je minder tijd om de situatie goed te beoordelen.

Een leerling die goed vooruitkijkt, kan vaak eerder het gas loslaten en geleidelijk snelheid verminderen.

Dat geeft niet alleen jou meer tijd.

Het maakt je rijgedrag ook rustiger en voorspelbaarder voor andere weggebruikers.

De echte fout ontstaat daarom vaak eerder dan het moment waarop je hard moet remmen:

te laat waarnemen → te laat herkennen → te laat snelheid aanpassen.

4. Te langzaam en te voorzichtig rijden

Te hard rijden kan natuurlijk gevaarlijk zijn.

Maar onnodig langzaam rijden is ook niet de bedoeling.

Sommige leerlingen worden tijdens het praktijkexamen zo voorzichtig dat ze overal extra zekerheid proberen in te bouwen.

Ze rijden bijvoorbeeld 35 km/u waar 50 km/u veilig en verantwoord mogelijk is.

Of ze wachten heel lang voordat ze een kruispunt oprijden terwijl er voldoende ruimte is.

Veilig rijden betekent niet:

altijd langzaam rijden.

Je moet je snelheid aanpassen aan:

  • de verkeerssituatie;
  • het zicht;
  • de weg;
  • andere weggebruikers;
  • de omstandigheden;
  • de geldende maximumsnelheid.

Wanneer de situatie het toelaat, moet je ook voldoende vlot met het verkeer mee kunnen gaan.

Dit is vooral belangrijk tijdens een examen omdat spanning leerlingen soms ineens veel voorzichtiger laat rijden.

Meer daarover lees je in hoe kun je zenuwen voor je rijexamen verminderen?.

5. Onvoldoende doorstroming

Dit sluit aan op te voorzichtig rijden.

Tijdens het examen wordt ook gekeken of je op een normale en zelfstandige manier aan het verkeer deelneemt.

Wanneer je bij iedere situatie heel lang blijft wachten terwijl je veilig had kunnen doorrijden, kan dat andere weggebruikers hinderen.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • onnodig lang wachten bij een rotonde;
  • niet durven invoegen terwijl er voldoende ruimte is;
  • heel langzaam optrekken;
  • zonder reden ver onder de maximumsnelheid blijven rijden;
  • mogelijkheden om veilig door te rijden steeds laten lopen.

We noemen dit vaak doorstroming.

Een goede bestuurder is veilig, maar ook voldoende besluitvaardig.

Veilig rijden betekent dus niet:

zo weinig mogelijk risico nemen door overal te wachten.

Het betekent:

de situatie goed beoordelen en handelen zodra dat verantwoord kan.

6. Verkeerssituaties te laat herkennen

Autorijden is voor een groot deel vooruitdenken.

Je moet niet alleen zien wat er nu gebeurt.

Je probeert ook te voorspellen wat er over enkele seconden kan gebeuren.

Zie je bijvoorbeeld een bal tussen geparkeerde auto’s vandaan rollen?

Dan kun je rekening houden met een kind dat erachteraan kan komen.

Zie je een fietser slingeren en achterom kijken?

Dan kun je rekening houden met het feit dat die fietser mogelijk van richting wil veranderen.

Zie je verderop remlichten?

Dan hoef je niet te wachten totdat de auto direct voor je hard begint te remmen.

Een leerling die alleen reageert op wat daadwerkelijk gebeurt, loopt voortdurend achter de situatie aan.

Richting het praktijkexamen willen we juist zien dat je steeds meer anticipeert.

Daarom gebruiken we tijdens de opleiding regelmatig het denkmodel:

Waarnemen → Voorspellen → Evalueren → Beslissen → Handelen.

Eerst informatie verzamelen.

Dan voorspellen wat er kan gebeuren.

Vervolgens beoordelen wat dat voor jou betekent.

Daarna een beslissing nemen.

En pas daarna handelen.

7. Niet goed omgaan met fietsers en voetgangers

In het Nederlandse verkeer kom je veel fietsers, voetgangers en andere kwetsbare verkeersdeelnemers tegen.

Daar moet je tijdens het examen goed rekening mee houden.

Problemen ontstaan bijvoorbeeld wanneer een leerling:

  • een fietser te laat ziet;
  • onvoldoende ruimte houdt bij het passeren;
  • een fietser bij het afslaan over het hoofd ziet;
  • onvoldoende rekening houdt met een voetgangersoversteekplaats;
  • onvoldoende anticipeert op onverwacht gedrag.

Vooral bij afslaan is goed kijken belangrijk.

Je moet niet alleen bezig zijn met waar jíj naartoe wilt.

Je moet ook weten wie jouw rijlijn kan kruisen.

Hier komen kijktechniek en vooruitdenken dus weer samen.

8. Voorrangssituaties verkeerd beoordelen

Voorrang is een belangrijk onderdeel van zelfstandig autorijden.

Daarbij gaat het niet alleen om weten wie volgens de verkeersregels voorrang heeft.

Je moet de situatie ook tijdig herkennen.

Als je pas vlak voor een kruispunt gaat nadenken over de voorrang, ben je eigenlijk al te laat.

Je wilt eerder zien:

  • wat voor kruispunt eraan komt;
  • of er verkeersborden staan;
  • of er verkeer van rechts komt;
  • of er fietsers zijn;
  • hoe goed je zicht is;
  • of iemand afslaat;
  • welke snelheid bij de situatie past.

Vervolgens pas je daar je snelheid en positie op aan.

Theoriekennis en praktijk komen hier dus heel duidelijk samen.

Binnen Theorie & Leren vind je meer uitleg over het leren en toepassen van verkeersregels.

Een verkeersregel kennen is namelijk één ding.

Hem tijdens het rijden op tijd herkennen en correct toepassen is de volgende stap.

9. Te weinig afstand houden

Voldoende afstand geeft je tijd.

Wanneer je te dicht achter een andere auto rijdt, heb je minder tijd om te reageren wanneer die bestuurder plotseling remt.

Bovendien wordt je zicht naar voren slechter.

Dat laatste wordt soms vergeten.

Als je voldoende afstand houdt, kun je vaak beter over en langs het verkeer voor je kijken.

Daardoor zie je eerder wat er verderop gebeurt.

Afstand houden helpt dus niet alleen om meer remruimte te hebben.

Het helpt ook bij:

  • vooruitkijken;
  • verkeerssituaties herkennen;
  • plannen;
  • snelheid rustig aanpassen.

Daarmee zie je opnieuw dat veel onderdelen van goed autorijden met elkaar verbonden zijn.

10. Onvoldoende nacontrole

Bij verschillende handelingen is het belangrijk dat je weet wat er rondom de auto gebeurt.

Bijvoorbeeld wanneer je:

  • van rijstrook wisselt;
  • wegrijdt;
  • afslaat;
  • invoegt;
  • uitvoegt;
  • een bijzondere verrichting uitvoert.

Alleen in de spiegels kijken is niet in iedere situatie voldoende.

Wanneer dat nodig is, moet je ook controleren wat er in de dode hoek gebeurt.

Maar ook hierbij geldt:

het gaat niet om een ingestudeerd hoofdbewegingetje.

Je kijkt omdat je informatie nodig hebt om veilig te kunnen handelen.

Daarom is ook hier goede kijktechniek belangrijker dan alleen een vast aangeleerd kijkpatroon uitvoeren.

11. Te lang twijfelen

Twijfel hoort bij leren autorijden.

Maar richting het praktijkexamen moet je steeds beter zelfstandig beslissingen kunnen nemen.

Sommige leerlingen zien een situatie goed en weten eigenlijk wat ze moeten doen, maar blijven vervolgens twijfelen.

“Kan ik gaan?”

“Zal ik toch wachten?”

“Kan ik invoegen?”

“Zal ik nog even remmen?”

Daardoor kan een eenvoudige verkeerssituatie uiteindelijk ingewikkeld worden.

Een examinator verwacht niet dat je overal snel doorheen rijdt.

Wel moet je, wanneer je voldoende informatie hebt, een veilige beslissing durven nemen.

Een goed proces is:

kijken → herkennen → beoordelen → beslissen → uitvoeren.

Blijf je na het beoordelen steeds opnieuw twijfelen, dan blijft de verkeerssituatie veranderen terwijl jij nog geen beslissing hebt genomen.

12. Een fout maken en daarna blijven nadenken over die fout

Dit zien we regelmatig.

Er gaat tijdens het examen iets niet helemaal zoals je wilde en vervolgens denk je:

“Dit was fout. Nu ben ik gezakt.”

Vanaf dat moment zit je met je gedachten bij de situatie van twee minuten geleden in plaats van bij het verkeer dat nu voor je zit.

Dat kan juist nieuwe fouten veroorzaken.

Heb je iets verkeerd gedaan?

Herstel het wanneer dat nodig en mogelijk is en ga daarna verder met je rit.

Je kunt tijdens het examen niet terugrijden in de tijd.

De volgende verkeerssituatie verdient opnieuw je volledige aandacht.

Fout gemaakt? Veilig oplossen en doorgaan.

In hoe werkt een praktijkexamen bij het CBR? leggen we uitgebreider uit hoe je met een fout tijdens het examen omgaat.

Betekent één fout dat je gezakt bent?

Nee, niet automatisch.

Dat hangt af van:

  • wat er gebeurt;
  • de omstandigheden;
  • hoe ernstig de fout is;
  • welke gevolgen de fout heeft;
  • hoe je ermee omgaat;
  • hoe de rest van je rijgedrag eruitziet.

Een kleine onvolkomenheid hoeft niet te betekenen dat je onvoldoende rijdt.

Een fout waardoor een gevaarlijke situatie ontstaat kan vanzelfsprekend veel zwaarder wegen.

Daarom moet je tijdens je examen niet proberen om foutloos te rijden.

Probeer te laten zien dat je zelfstandig, veilig en verantwoord kunt rijden.

De examinator beoordeelt het totaalbeeld van de rit.

Meer over waar de examinator tijdens het rijden op let lees je in ons uitgebreide artikel over het praktijkexamen.

Wat als de examinator moet ingrijpen?

Een ingreep is natuurlijk serieus.

Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer de examinator moet remmen of op een andere manier moet voorkomen dat er een gevaarlijke situatie ontstaat.

Maar tijdens de rest van de rit heeft het weinig zin om zelf al te bepalen wat dat voor de uitslag betekent.

Blijf rijden.

Blijf kijken.

Blijf verkeerssituaties oplossen.

De examinator beoordeelt uiteindelijk jouw volledige examen.

Probeer dus niet tijdens de rit zelf voor examinator te spelen.

Meer hierover lees je bij wat als de examinator ingrijpt?.

Waarom ontstaan veel examenfouten eigenlijk eerder?

Dit is iets wat we bij Rijschool Butterhuizen belangrijk vinden om leerlingen te leren.

Een fout ontstaat vaak enkele seconden voordat je hem daadwerkelijk ziet gebeuren.

Stel:

Je remt te laat voor een rotonde.

Het probleem is dan misschien niet je remtechniek.

Misschien keek je tien seconden daarvoor onvoldoende vooruit.

Daardoor zag je de rotonde te laat.

Daardoor liet je te laat je gas los.

Daardoor moest je harder remmen.

En uiteindelijk kom je onrustig bij de rotonde aan.

De zichtbare fout is dus:

hard remmen.

Maar de werkelijke oorzaak kan zijn:

te laat waarnemen.

Daarom kijken we tijdens de rijopleiding niet alleen naar:

“Wat ging er fout?”

maar vooral naar:

“Waarom ging het fout?”

Dat is uiteindelijk veel waardevoller.

Een handig patroon om bij fouten te onderzoeken is:

te laat kijken → te laat herkennen → te laat beslissen → te laat handelen.

Kun je het eerste punt in die keten verbeteren, dan voorkom je vaak meerdere problemen die daarna zouden ontstaan.

De hardop-denkmethode kan helpen

Wanneer je moeite hebt om situaties op tijd te herkennen, kan de hardop-denkmethode tijdens rijles goed helpen.

Je benoemt tijdens het rijden wat je verderop ziet.

Bijvoorbeeld:

“Verderop zie ik een zebrapad. Rechts loopt iemand richting de oversteekplaats. Achter mij rijdt een auto. Ik laat mijn gas los en houd rekening met de voetganger.”

Hiermee train je jezelf om eerder informatie te verzamelen en daar meteen een plan aan te koppelen.

Het denkproces wordt dan:

Waarnemen → Voorspellen → Evalueren → Beslissen → Handelen.

Het doel is natuurlijk niet dat je de rest van je leven hardop moet praten tijdens het autorijden.

Het doel is dat dit proces uiteindelijk steeds vanzelfsprekender in je hoofd gebeurt.

Wat kun je tijdens je laatste rijlessen voor het examen oefenen?

Richting het examen gaat het steeds minder om losse trucjes.

Je moet uiteindelijk een complete rit zelfstandig kunnen uitvoeren.

Daarom is het goed om tijdens de laatste fase van je opleiding langere stukken te rijden waarbij je instructeur zo weinig mogelijk helpt.

Daarna kun je samen bespreken:

  • welke situaties je zelfstandig goed hebt opgelost;
  • waar je instructeur nog moest helpen;
  • welke fouten je zelf hebt herkend;
  • waar je te laat keek;
  • waar je eerder een plan had kunnen maken;
  • welke onderdelen nog extra aandacht nodig hebben.

Een belangrijke graadmeter is dus niet alleen:

“Hoeveel rijlessen heb ik gehad?”

maar:

“Hoeveel hulp heb ik tijdens een complete rit nog nodig?”

In hoeveel rijlessen heb je gemiddeld nodig voor je rijbewijs? leggen we uitgebreider uit waarom zelfstandigheid belangrijker is dan alleen het aantal lessen op de teller.

Bouw zelfstandigheid gedurende de hele rijopleiding op

Die zelfstandigheid begint natuurlijk niet pas vlak voor het examen.

Tijdens je eerste rijles helpt de instructeur nog veel.

Dat is logisch.

Je leert de basis.

Gedurende de opleiding moet die hulp steeds verder worden afgebouwd.

In het begin zegt een instructeur misschien:

“Laat hier je gas los.”

Later wordt dat:

“Wat zie je verderop?”

En uiteindelijk moet jij zelf zien dat je snelheid moet aanpassen zonder dat iemand er iets over zegt.

Dat is de stap van:

begeleid uitvoeren → bewust herkennen → zelfstandig oplossen.

Kan een tussentijdse toets helpen?

Een tussentijdse toets kan een extra meetmoment tijdens je rijopleiding zijn.

Je rijdt dan met een examinator en krijgt feedback over je rijgedrag.

Dat kan nuttig zijn om te ontdekken:

  • wat al goed gaat;
  • waar je nog te afhankelijk bent van hulp;
  • welke situaties je eerder moet herkennen;
  • waar nog ontwikkeling nodig is richting het praktijkexamen.

De TTT is niet verplicht.

Het belangrijkste is dat je de feedback daarna tijdens je rijlessen gebruikt om verder te groeien.

Hoe ga je om met zenuwen tijdens het examen?

Spanning kan ervoor zorgen dat je anders gaat rijden dan tijdens een normale rijles.

Je gaat bijvoorbeeld:

  • extra voorzichtig rijden;
  • te veel nadenken over eenvoudige handelingen;
  • gespannen naar de examinator luisteren;
  • bang worden om fouten te maken;
  • na een fout denken dat het examen verloren is.

Een beetje spanning is normaal.

Het belangrijkste is dat je aandacht bij het verkeer blijft.

Probeer daarom niet ineens een compleet andere bestuurder te worden omdat er een examinator naast je zit.

Blijf hetzelfde proces gebruiken als tijdens je lessen:

kijken → herkennen → plannen → beslissen → uitvoeren.

Meer hierover lees je in hoe kun je zenuwen voor je rijexamen verminderen?.

Waarom mentale overcapaciteit belangrijk is

Richting het praktijkexamen willen we liever dat een leerling wat ruimte over heeft.

Je wilt niet precies op het randje zitten van wat je zelfstandig kunt.

Tijdens het examen kunnen namelijk extra dingen spelen.

Je bent misschien zenuwachtiger.

Je hebt minder goed geslapen.

Er ontstaat een verkeerssituatie die je nog nooit eerder hebt gezien.

Je maakt ergens een foutje.

Wanneer je tijdens je lessen nét op een zesje rijdt, kan spanning ervoor zorgen dat je daaronder terechtkomt.

Daarom vinden wij het prettiger wanneer een leerling richting een zeven groeit.

Niet omdat het CBR cijfers geeft.

Maar omdat je dan mentale overcapaciteit hebt om:

  • spanning op te vangen;
  • onverwachte situaties te verwerken;
  • een fout veilig op te lossen;
  • zelfstandig te blijven nadenken.

Het praktijkexamen hoeft niet perfect te zijn.

Maar je rijvaardigheid moet sterk genoeg zijn om ook onder iets meer druk overeind te blijven.

Rijd tijdens het examen niet ineens anders

Een fout die eigenlijk boven verschillende andere fouten hangt, is dat leerlingen tijdens het examen ineens anders gaan rijden.

Tijdens rijles rijden ze normaal.

Maar zodra de examinator instapt:

  • wordt alles langzamer;
  • wordt ieder kruispunt spannend;
  • wordt iedere beslissing opnieuw overwogen;
  • wordt overdreven gekeken;
  • wordt geprobeerd absoluut geen fout te maken.

Daarmee haal je juist de natuurlijke lijn uit je rijgedrag.

De beste aanpak is meestal:

rij zoals je hebt leren rijden.

Zie wat er gebeurt.

Denk vooruit.

Maak een plan.

Neem een beslissing.

Voer hem uit.

En ga daarna verder naar de volgende verkeerssituatie.

Heeft automaat of schakel invloed op examenfouten?

De basis van veilig autorijden blijft hetzelfde.

Of je nu automaat of schakel rijdt, je moet nog steeds:

  • vooruitkijken;
  • verkeerssituaties herkennen;
  • rekening houden met andere weggebruikers;
  • snelheid aanpassen;
  • zelfstandig beslissen;
  • veilig handelen.

Bij een schakelauto komt daar de bediening van koppeling en versnellingen bij.

Bij sommige leerlingen vraagt dat in het begin extra aandacht.

Meer over die keuze lees je in automaat of schakel: wat kun je het beste kiezen?.

Welke auto je ook kiest:

uiteindelijk wordt tijdens je rijopleiding vooral belangrijk dat de bediening voldoende automatisch wordt zodat je aandacht naar het verkeer kan.

Heeft theorie invloed op fouten tijdens het praktijkexamen?

Zeker.

Tijdens het praktijkexamen krijg je geen losse theorievraag voorgelegd.

Maar je gebruikt je theorie voortdurend.

Je moet bijvoorbeeld zelfstandig herkennen:

  • wie voorrang heeft;
  • welke snelheid geldt;
  • wat verkeersborden betekenen;
  • wanneer sprake is van een bijzondere manoeuvre;
  • welke plaats op de weg juist is.

Goede theoriekennis helpt je om die situaties sneller te begrijpen.

Maar alleen de regel kennen is niet genoeg.

Je moet hem ook op tijd zien en in de praktijk toepassen.

Daarom versterken theorie en praktijk elkaar.

Binnen Theorie & Leren vind je meer artikelen over leren voor het theorie-examen, veelgemaakte theoriefouten en het toepassen van verkeersregels.

Hoe helpt goede examenplanning?

Ook de planning van je praktijkexamen speelt een rol.

Een examen moet bij voorkeur aansluiten op het moment waarop je rijvaardigheid voldoende zelfstandig en stabiel is.

Wanneer een examendatum veel te vroeg wordt gepland, bestaat het risico dat je nog onvoldoende zelfstandig bent.

Wordt pas een examen gezocht wanneer je al volledig klaar bent, dan kan er juist een periode ontstaan waarin je je niveau moet onderhouden.

Daarom plannen we bij Rijschool Butterhuizen vooruit binnen de opleiding.

In hoe lang is de wachttijd voor een CBR-praktijkexamen? leggen we uit hoe die planning werkt.

Wat moet je op de dag van je praktijkexamen meenemen?

Op de examendag wil je niet vlak voor vertrek nog bezig zijn met documenten of andere praktische zaken.

Zorg dus vooraf dat je weet wat nodig is.

In wat moet je meenemen naar je praktijkexamen? vind je de complete uitleg.

Hoe minder onnodige stress vóór het examen, hoe makkelijker het is om je aandacht te bewaren voor het belangrijkste:

autorijden.

Onze ervaring bij Rijschool Butterhuizen

Wat we leerlingen vooral proberen mee te geven, is dat je een praktijkexamen niet haalt door een perfect ingestudeerd rondje te rijden.

Verkeer is iedere dag anders.

Je kunt dezelfde weg honderd keer rijden en de honderd-en-eerste keer ontstaat er ineens een situatie die je nog nooit eerder hebt meegemaakt.

Daarom moet je niet alleen leren wat je in een bepaalde situatie moet doen.

Je moet leren:

zelf kijken → herkennen → voorspellen → beslissen → handelen.

Veel fouten die we tijdens rijlessen zien, hebben uiteindelijk dezelfde basis:

te laat kijken → te laat herkennen → te laat beslissen → te laat handelen.

Daarom besteden we zoveel aandacht aan vooruitkijken, kijktechniek en de hardop-denkmethode.

En maak je een keer een fout?

Dan willen we vooral zien dat je hem herkent, veilig oplost en daarna doorgaat.

Want ook na het behalen van je rijbewijs zul je nooit iedere rit foutloos rijden.

Het verschil is dat je dan zelf verantwoordelijk bent voor het herkennen en veilig oplossen van verkeerssituaties.

Praktijktip van onze rijinstructeurs

Wanneer je tijdens een rijles een fout maakt, vraag dan niet alleen:

“Wat deed ik fout?”

Vraag vooral:

“Wat had ik eerder kunnen zien waardoor deze fout misschien niet was ontstaan?”

Dat brengt je vaak dichter bij de werkelijke oorzaak.

Stel:

Je remt te hard voor een rotonde.

Dan kun je zeggen:

“Ik moet zachter remmen.”

Maar misschien ligt de echte winst eerder:

rotonde eerder zien → eerder gas los → situatie eerder beoordelen → rustig remmen → rustiger aankomen.

Werk daarom zoveel mogelijk aan het begin van de keten.

Daar ontstaat vaak de grootste verbetering.

Veelgestelde vragen over fouten tijdens het rijexamen

Wat zijn de meest gemaakte fouten tijdens het rijexamen?

Veel voorkomende problemen zijn onvoldoende vooruitkijken, verkeerssituaties te laat herkennen, snelheid te laat aanpassen, onvoldoende waarnemen, te voorzichtig rijden, lang twijfelen en onvoldoende rekening houden met andere weggebruikers.

Veel van die fouten hebben met elkaar te maken.

Zak je direct als je een fout maakt tijdens het rijexamen?

Nee.

Een klein foutje betekent niet automatisch dat je zakt.

De examinator kijkt naar het totaalbeeld en vooral naar veilig, zelfstandig en verantwoord rijgedrag.

Meer hierover lees je bij wat als je tijdens het examen een fout maakt?.

Moet je tijdens het praktijkexamen foutloos rijden?

Nee.

Het gaat er niet om dat iedere handeling perfect is.

Je moet laten zien dat je veilig en zelfstandig aan het verkeer kunt deelnemen en verkeerssituaties verantwoord kunt oplossen.

Kun je zakken doordat je te langzaam rijdt?

Onnodig langzaam rijden kan invloed hebben op de beoordeling wanneer je daarmee het verkeer hindert of laat zien dat je onvoldoende zelfstandig beslissingen durft te nemen.

Je snelheid moet passen bij de situatie.

Is kijkgedrag belangrijk tijdens het examen?

Ja.

Goed kijken vormt de basis voor het tijdig herkennen en oplossen van verkeerssituaties.

Het gaat daarbij niet om alleen bewegen met je hoofd, maar om informatie verzamelen en die informatie gebruiken.

Meer hierover lees je in hoe verbeter je je kijktechniek tijdens het autorijden?.

Wat moet je doen als je tijdens je examen een fout maakt?

Herstel de situatie wanneer dat nodig en mogelijk is en richt daarna je aandacht weer op het verkeer.

Fout gemaakt? Veilig oplossen en doorgaan.

Blijf niet gedurende de rest van je examen nadenken over één situatie.

Wat moet je doen als je denkt dat je gezakt bent?

Blijf gewoon je rit rijden.

Je weet tijdens het examen niet hoe de examinator de volledige rit uiteindelijk beoordeelt.

Ga nooit zelf bepalen dat je gezakt bent.

Wat als de examinator ingrijpt?

Een ingreep is serieus, maar blijf ook daarna je rit uitvoeren.

De examinator bepaalt uiteindelijk de uitslag.

Meer hierover lees je in wat als de examinator ingrijpt?.

Helpt een tussentijdse toets bij de voorbereiding?

Dat kan.

Een tussentijdse toets geeft je ervaring met een CBR-situatie en feedback waarmee je tijdens je verdere opleiding kunt werken.

De toets is niet verplicht.

Hoe kan ik minder zenuwachtig worden voor mijn rijexamen?

Goede voorbereiding, voldoende zelfstandig rijvaardigheidsniveau en weten wat je tijdens het examen kunt verwachten kunnen helpen.

Probeer vooral niet ineens anders te gaan rijden omdat het examen is.

Meer tips vind je in hoe kun je zenuwen voor je rijexamen verminderen?.

Hoe weet ik of ik voldoende niveau heb voor het praktijkexamen?

Een belangrijk signaal is dat je tijdens een complete rit steeds minder hulp van je instructeur nodig hebt.

Je moet zelf verkeerssituaties zien, herkennen, beoordelen en oplossen.

Het gaat dus niet alleen om hoeveel rijlessen je hebt gevolgd.

Lees ook hoeveel rijlessen heb je gemiddeld nodig voor je rijbewijs? en hoe werkt een praktijkexamen bij het CBR?.

Tot slot

De meest gemaakte fouten tijdens het rijexamen zijn zelden twaalf volledig losstaande problemen.

Vaak hangen ze met elkaar samen.

Je kijkt te laat.

Daardoor herken je de situatie te laat.

Daardoor maak je te laat een plan.

Daardoor pas je je snelheid te laat aan.

En uiteindelijk ontstaat de zichtbare fout.

Daarom vinden we bij Rijschool Butterhuizen vooral dit proces belangrijk:

Waarnemen → Voorspellen → Evalueren → Beslissen → Handelen.

Hoe eerder dat proces begint, hoe meer tijd je hebt om veilig te handelen.

Blijf daarom tijdens je rijopleiding werken aan ver vooruit kijken, goede kijktechniek en zelfstandig verkeerssituaties oplossen.

En onthoud vooral:

je praktijkexamen hoeft niet foutloos te zijn.

Laat zien dat je veilig, zelfstandig en verantwoord kunt rijden.

Maak je een fout?

Los hem veilig op en ga door.

Uiteindelijk beoordeelt de examinator het totaalbeeld van je praktijkexamen.

Over Rijschool Butterhuizen

Al meer dan 20 jaar een begrip! Rijlessen in Heerhugowaard, Alkmaar en omliggende gebieden.

Bij ons geven alleen ervaren, rustige, gezellige en (faalangst) gekwalificeerde instructeurs rijles.

Meer dan 10.000 succesvolle leerlingen gingen je voor en beoordeelden ons met een indrukwekkende score van 9.6/10.

Check onze socials!

Over Rijschool Butterhuizen

Al meer dan 20 jaar een begrip! Rijlessen in Heerhugowaard, Alkmaar en omliggende gebieden.

Bij ons geven alleen ervaren, rustige, gezellige en (faalangst) gekwalificeerde instructeurs rijles.

Meer dan 10.000 succesvolle leerlingen gingen je voor en beoordeelden ons met een indrukwekkende score van 9.6/10.

Check onze socials!